Achtergrond |
De inspirator |
Auteur: S. SchipperFoto: R. van den Heerik Door studenten van het Rotterdams Instituut voor Sociale Opleidingen (RISO) werd hij verkozen tot ‘held van het maatschappelijk werk’ en dat is best bijzonder, aangezien André Mosis (1954) bepaald geen typische hulpverlener is. De Surinaamse muzikant en kunstenaar is niet in een hokje te plaatsen. Masterdrummer kunstenaar hulpverlener ‘Held van het maatschappelijk werk’ André Mosis Suriname De basis van het leven en werk van André Mosis is de apinti, de drum van de marrons. Mosis is zelf marron, afstammeling van een volk dat in de tijd van de slavernij niet langer onderdrukt wilde worden en het binnenland van Suriname invluchtte om daar een eigen samenleving te creëren. ‘Ik ben een geboren migrant. Ik groeide op in een dorpje met hutten, zonder elektriciteit of school. Op mijn negende jaar kwam ik in Paramaribo. Ik kende de taal niet, mijn naam moest worden veranderd om een plek te krijgen op school. Ik was een migrant in de hoofdstad van mijn eigen land. Mijn ouders kozen ervoor om in Paramaribo te wonen om hun kinderen een westerse opleiding te kunnen geven, maar wel met meenemen van je wortels. Dat is het allerbelangrijkste. Je moet niet iets leren en iets laten liggen.’ Eind jaren tachtig werd het voor Mosis lastig in Suriname. Ronnie Brunswijk vocht met zijn junglecommando tegen het nationale leger van Bouterse. ‘Brunswijk is zelf een marron, uit dezelfde stam als ik nota bene. Ik was een bekende Surinamer door mijn werk als muzikant bij een populaire vereniging voor Afro-Surinaamse muziek. Daarnaast schreef ik een reeks artikelen onder de kop ‘overheid en bosnegers’ (een andere term voor de Marrons – red.), samen met historicus Ben Scholtens, een van de coördinator van de afdeling cultuurstudies waaraan ik verbonden was. We publiceerden in de laatste krant die nog over was na de censuur van de regering. Men vond dat verdacht van mij. ‘Die kleine Marron André Mosis verschaft vast informatie aan het junglecommando’, dacht men. Ik werd een paar keer mishandeld en er schenen dodenlijsten te bestaan waar mijn naam op zou staan. Toen dat bekend werd, hebben mensen in Nederland geld ingezameld om een ticket voor mij te kopen. Via Frans Guyana en Parijs vluchtte ik naar Nederland.’ Nederland Na zijn vlucht in 1990 probeerde Mosis direct zijn draai te vinden in zijn nieuwe land. ‘Het leek me wel lastig om in Nederland mijn weg te vinden. Deze maatschappij kijkt naar papieren en afgeronde opleidingen, het is een harde wereld. Maar ik had vertrouwen en geloof in mezelf. Ik kwam eerst terecht in een asielzoekerscentrum, maar ik werd al snel benaderd door verschillende mensen. Ik ben ook op zoek gegaan naar organisaties waar Surinamers een bijdrage leveren aan de samenleving. Bij het Surinaams Jongerencentrum haakte ik aan bij Nederlandse jeugdwerkers. Ik wilde als vrijwilliger invulling geven aan de Surinaamse kant, met de liedjes en spelletjes die ik kende. In die periode heb ik ook mijn eerste musical geschreven, Bro, dat betekent zowel ‘adem’ als ‘rust’. Het stuk werd heel goed ontvangen. Zo heb ik mezelf op de kaart gezet. Vlak daarna kwam ik in contact met het Koorenhuis, een centrum voor kunst en cultuur in Den Haag dat net bezig was met het opzetten van een afdeling wereldmuziek. Ze zochten docenten. Ik had nog niet eens een verblijfsvergunning, maar ze besloten mij toch aan te nemen.’ De drum Mosis is masterdrummer volgens de Marrontraditie en hij gebruikt zijn instrument zoals de drum volgens hem ooit bedoeld is: voor communicatie en socialisatie. ‘Ik neem de drum mee naar het tijdperk van mobieltjes en Internet door de functie die de drum ooit had aan kinderen te vertellen. Met de kinderen speel ik met trommels, we werken keihard om samenspel te bereiken. Ik vertel een verhaal over de herkomst van de trommel, het doel dat hij had in Afrika en wanneer de Afrikanen naar Suriname zijn gegaan. De Marrons wilden niet verder onderdrukt worden als slaven en vluchtten het bos in. Daar maakten ze het instrument van hun vaderland weer en zo konden ze met elkaar communiceren. Ze stuurden signalen naar elkaar: “Laten de vrouwen de kinderen pakken en wegrennen, er komt een patrouille aan!” De vijand kon de trommels horen, maar ze verstonden de taal niet. Kinderen vinden dat een prachtig verhaal. Ik geef meestal trommelles aan Nederlandse kinderen en het verhaal van Suriname is helemaal nieuw voor hen. ‘Mijn eigen vijf kinderen hebben allemaal een hogere opleiding genoten dan ik. Dat hebben wij kunnen betalen met de kennis van de drum en de Marroncultuur die we uit Suriname hebben meegenomen. En dat dragen ze alle vijf met zich mee. Mijn zoon bijvoorbeeld is doctor in medische wetenschappen, maar hij is ook masterdrummer en kent alle drumpatronen van de Marrons. Dat maakt hem een rijker persoon.’ Ondernemer Mosis is inmiddels ook eigen ondernemer geworden. Hij maakt programma’s voor kinderen én volwassenen. Mensen laten samenwerken met percussie en muziek door middel van zijn speciale ‘KLM-methode’ (kijken, luisteren, meedoen), dat is wat Mosis biedt. ‘Ik ben met één drum begonnen en inmiddels heb ik er dertig. Ik begeleid groepen en geef ook les aan basisschooldocenten die mijn KLM-methode willen leren, omdat ze het een goede manier vinden om ook die lastige leerling binnen te houden in plaats van weg te sturen. Ik doe ook aan teambuilding bij bedrijven, met de drums als basis. Dan kom ik daar met m’n laptop en m’n presentatie, ik geef een ‘gewone’ communicatietraining. Maar vervolgens spelen de mensen samen. Je bereikt alleen maar een harmonie als je het met z’n allen doet. Nou, dan moet je hard je best doen, want als je een verkeerde slag speelt, hoort iedereen dat jíj mis zit.’ Kunstenaar Mosis’ andere passie is beeldende kunst. ‘Het werk dat ik nu maak, hangt in veel collecties van Surinaamse kunstverzamelaars. Ik word meestal geplaatst onder surrealisme of magisch realisme. Ik vind niet dat ik in die –ismen thuishoor. Wil je mij plaatsen, dan moet je een ander hokje voor mij maken, bijvoorbeeld het kingbotho-isme (Kingbotho is Mosis’ pseudoniem voor zijn schilderwerk, red.). Ik schilder niet om te solliciteren naar goedkeuring van de critici, ik maak dingen die ontstaan op het moment dat ik het doe. Mijn schilderijen zijn verhalen, bijvoorbeeld over de worstelingen van Surinaamse mensen in Nederland.’ Maatschappelijk werk ‘Ik ben drie jaar vertrouwenspersoon geweest bij Nieuwe Sporen, een organisatie in Den Haag die een brug slaat tussen verschillende bevolkingsgroepen en professionele hulpverlening. Als Marrons problemen hebben met hun kinderen gaan ze niet naar een Nederlandse hulpverlener, dat is voor hen een stap te ver. Veel van hen vinden het moeilijk om te praten met maatschappelijk werkers omdat die vaak dingen bekijken door de ‘witte’ bril van de maatschappij. Door de betweterige houding van sommige – natuurlijk niet alle – hulpverleners ontstaan er nog meer problemen. De hulpverlening zou meer migranten moeten betrekken in hun sector. En ze moeten groepen mensen niet beschouwen als een probleem, maar kijken naar individuen die een probleem hebben. Nederland doet wel zijn best. Ik werd onlangs benaderd door de Haagse Hogeschool om een lezing te houden over de gebruiken van de Marrons. En er zijn begrafenisondernemers die tegenwoordig specifieke Marronbegrafenissen aanbieden. Dat is wellicht commercieel, maar ze luisteren beter naar onze wensen dan de hulpverleningsinstanties.’ Bron: Profielen informatie- en opinieblad voor de Hogeschool Rotterdam. |
KingbothoArtStudiOHaverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag Mobiel: 06 22379524 E-mail: kingbotho@hotmail | andre.mosis@gmail.com |